VII. Jan de Keijzer: Schrijvend een vogel volgen

Jan was onze 7de gast, op zaterdag 23 juni. Hij heeft veel geschreven in een poging dat wat hij zag te delen met alle mensen die er niet waren; zijn vrouw, zijn zoons. ‘Alsof er iemand naast me zit die blind is’, zei hij.

Er vliegen rechts van me 2 meeuwen van links naar rechts. Maar als ik dit heb opgeschreven zijn er 4 meeuwen in een vogelvlucht te zien en die gaan verschillende kanten op.

Ik dacht dat zo’n verblijf in de kubus wellicht een mogelijkheid zou zijn om alles te beschrijven. Vergeet het maar. De rimpelingen in het water, de vliegende vogels, de wind, de zon; elk moment dat je beschrijft leidt af van de waarneming die je niet hebt kunnen doen omdat je aan het schrijven was.

Als Jan aan het eind van de middag weer aan wal staat en met mij terug kijkt op de dag, turend over het inmiddels volgelopen waddenlandschap, klinkt er teleurstelling door zijn enthousiasme heen. Hij heeft niet alles kunnen opschrijven wat hij zag en erger; als hij aan het schrijven was kon hij niet kijken. Ik heb een selectie gemaakt uit zijn uitvoerig bijgehouden logboek.

Net naast me staat het water in een lager liggende plas zo’n 10 cm hoog. De wind maakt golfjes zowel rechts als links. Rechts zijn de golven breder maar ook gefragmenteerder. Links zijn het een soort hyperbolen, smaller. Ze gaan nu van achteren naar voren.

Op een meter of 10 voor me zie ik water staan. Ik kan niet goed zien in welke richting het water stroomt. Ik denk dat het stilstaat.

Het is nu naar ik aanneem laagwater. Voor me ligt een open drooggevallen vlakte. De zon schijnt krachtig en veroorzaakt verschillende glinsteringen op de golfjes die ik links van me zie en de glinsteringen zijn niet rechts.

Ik heb het idee dat het water hoger staat dan toen ik begon met schrijven. Het is misschien wel goed om een paar markeerpunten vast te leggen waar ik me op kan oriënteren als het water wel of niet gaat stijgen.

Op 10 uur ligt een groene molshoop op zo’n 20 meter afstand. Ik denk ruim 10 cm boven het huidige laagste waterpeil. Op 11 uur zie ik op ongeveer 100 meter een aantal stokjes uit het water steken. Er zitten veel vogels bij te pikken. Op 2 uur zie ik op ongeveer 50 meter van me vandaan een verhoging ook van ongeveer 10 cm, maar dat weet ik niet zeker. Op half 3 is een kleine molshoop van hooguit 3 cm hoog op ongeveer 20 meter van me vandaan. Dat wordt het eerste ijkpunt bij het stijgen van het water.

Het is nu links en rechts van me heel rustig. Het water lijkt eerder lager dan hoger in vergelijking met mijn eerdere waarnemingen. De vloed houdt zich nog gedeisd. 

Ik had dat van mezelf niet gedacht, maar ik word een beetje ongeduldig.

Ik besef opeens dat ik helemaal niet op het laagste punt zit. Mogelijk is de stijging van het water al lang begonnen. Ik zie voor me een zandbank liggen die ik eerder niet heb opgemerkt. Daarachter zie ik water met honderden meeuwen. Ik zie het water oprukken. De zandbank die ik nu zie was aanvankelijk een onderdeel van een groot droog gevallen waddengebied. De zandbank is ook aan het verdwijnen.

Ik zie mijn baken op 2 uur al onder water lopen. Het gaat heel snel. Het water komt steeds dichterbij. Nog tien meter en dan gaat het mij bereiken. Mijn baken op 2 uur is al bijna onder water. De vloed heeft mijn kleine watertje van 1 bij 1 meter nu bereikt. Er zit wat bruinig schuim op de eerste vloedgolf. Het ruist in de kubus. Het water heeft me bereikt en loopt onder de kubus door. Ik zie alleen nog maar water als ik vooruit kijk. De meeuwen verplaatsen zich achter de vloedgolf aan. De eerste druppels in de kubus dienen zich aan. Achter mij richting de kust zijn nog een paar bergeenden en scholeksters te zien. Het water heeft de kust nog niet bereikt. De meeuwen passeren mij op een 30 meter en duiken in het ondiepe water. Ik zie twee aan elkaar geklitte groene ballen passeren. Het water komt naar binnen.

Rechts achter me is veel schuim. Mijn ankerpunt op 10 uur is nog te zien. Het ankerpunt op 2 uur  verdwijnt onder water.  Het water dat binnenkomt lijkt heel helder. Er zijn nauwelijks golven. Voor me zie ik een stuk wier op me afkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *