Terschelling / juni 2018

Foto / Willem Weemhoff

Ik denk vaak: ‘Dat wat wij aanraken is menselijk, dat wat wij (nog) niet hebben aangeraakt is natuurlijk.’

Toch kom ik er keer op keer achter dat alles wat wij mensen aanraken onder invloed is van natuurlijke processen.

Wanneer realiseer ik me -werkelijk- dat de manier waarop ik nadenk over de scheiding mens / natuur onhoudbaar is. Wanneer stap ik uit deze gedachte? – Lotte


Een kubus bestaat niet

Zondagavond 10 juni / Hij staat. Laurens, Frank, Tjadmar en Daan zijn euforisch. Het is ons gelukt. Ze gaan uit eten en vieren de overwinning.

Maandag 11 juni / Wanneer we het wad oplopen om nog wat laatste dingen te bespreken, zie ik op ongeveer 30 meter afstand dat de kist die in de kubus staat, verplaatst is. ‘Er staat water in’, zegt Daan. Mijn hart stokt. Dichterbij kijk ik naar het zeewater dat nu in het glas gevangen zit. Een beetje gelige stilstaande vloeistof. Hij is lek. Ik begin te vloeken. ‘Dit is het einde’, zeg ik en meer van dat soort woorden. ‘We gaan rustig blijven’, zegt Daan, ‘geen paniek.’

Dinsdag 12 juni / Onze eerste gedachte is repareren. Dit laten we ons niet gebeuren. Er wordt een stalen plaat besteld en Daan komt terug met maritieme superlijm. We gaan de kubus nogmaals verstevigen.
Wanneer houdt dit op? Wanneer is het sterk genoeg? We halen de kubus los uit het Wad en hijsen hem terug op het ponton. Hij wordt leeg gehoosd en droog gedept. Dit gaat goed komen.

Als de mannen terug komen van het wad zijn ze moe en bleek. ‘We hebben nog eens goed naar de constructie gekeken…’, de stilte die volgt spreekt boekdelen. Er is van alles verbogen. De krachten zijn immens geweest.
’s Avonds in gesprek met het hele team durven we voor het eerst hardop de mogelijkheid uit te spreken dat het ons waarschijnlijk niet gaat lukken de kubus te repareren.

Woensdag 13 juni / Alles wat we doen zal een lapmiddel zijn. We hebben de kubus overgeconstrueerd. Alles is zo goed ingepakt met een sterk metalen constructie dat de kit in de kern niet goed heeft kunnen drogen. Het water is binnengedrongen en heeft het ijzer verbogen. Overconstructie.

Het moet niet nog sterker. We moeten terug naar de kern. Plots krijgen we plezier in het bedenken van nieuwe verhalen. We beginnen ons af te vragen of we het binnensijpelende water kunnen gebruiken. Iemand schetst het beeld van een mens, wachtend op water, die bij het binnendringend water geen vin verroerd en zich langzaam laat onderlopen.

Zou dat niet een geweldige metafoor voor ons zijn? Wanneer iemand oppert om de reparatie nog even af te wachten; misschien krijgen we haar nog waterdicht, zijn we al om. Desnoods prikken we extra gaten in de bodem!


Voorbereidingen op Oerol / 9 juni